Niet alleen zit de medische sector in hun bloed, maar ook het sociale aspect en het contact met mensen. Wim Schrooyen (86) was huisarts, zijn zoon Jeroen Schrooyen (51) deelt die microbe en is kinesist. Allebei zijn ze trots op wat ze deden en doen voor de gezondheid van mensen.
Beroepskeuze
“Ik heb twee jaar middelbaar onderwijs gedaan”, vertelt Wim. “Dat was op het seminarie in Hoogstraten, maar ik voelde me daar niet thuis. Het was namelijk een eventuele voorbereiden voor de priesteropleiding. Op advies van mijn vader, die op zijn twaalfde naar een Franstalige school gestuurd werd om de taal te leren, ging ik naar een school in Anderlecht. Daar ben ik vijf jaar geweest, maar daar leerde je geen Latijn en daardoor kon ik geen geneeskunde studeren en die beroepskeuze was tijdens dat laatste jaar gevormd.”
Redevoering van Cicero
“Een beroep met een sociale inslag, gecombineerd met het medische was wat ik wilde. Ik ben gaan solliciteren bij een universiteit om arts te worden, maar kreeg nul op het rekest. Daarom ben ik zelf een opleiding Latijn met begeleiding gaan doen en ben na acht maanden geslaagd. Voor het examen kreeg ik een boekje van de redevoering van Cicero. Daar moest ik stukken uit voorlezen, vertalen en grammaticaal verklaren. Ik slaagde en kon me toen wel inschrijven op de universiteit om aan de artsenstudie te beginnen.”
Schiftingsjaren
“De eerste jaren waren het zwaarst, dat zijn namelijk schiftingsjaren om te zien of je voldoende in tel bent. Scheikunde vond ik altijd het moeilijkst. Aan het eind van de studie blijft maar een kwart van de studenten over. Aan het eind van de opleiding, in het zevende jaar, moest je een jaar in een ziekenhuis blijven voor stage. Dat was voor mij in het Sint-Lucasziekenhuis in Ekeren. Je deed vier maanden verloskunde, vier maanden chirurgie en vier maanden inwendige geneeskunde. Ik was daarnaast aanspreekpunt voor alle patiënten die binnenkwamen, de ziekenhuizen waren toen veel kleiner. Ik heb zelfs bevallingen begeleid in de lift als vrouwen met barensweeën binnen waren gekomen.”
Huisarts
“Chirurgie trok me het minst, alhoewel ik zeker vijf kilometer aan wonden heb gehecht. Het laatste jaar was zeker zo zwaar als het eerste. Tijdens je opleiding kreeg je er ook k.n.o. bij, kindergeneeskunde en verloskunde, zodat je je eventueel kon specialiseren. Zo’n aanvullende studie was vijf jaar, voor oogarts en kindergeneeskunde drie jaar. Ik wilde huisarts worden en het ziekenhuis kreeg begeleiding van artsen over hun stagiair, die bepaalden mee of je geschikt was.”
Tuchtregels
“Daarna deed ik, tegen mijn zin, legerdienst en heb achttien maanden op een NATO-basis gewerkt, daarnaast was ik tevens kazernearts (’s morgens) en ’s middags en ’s avonds voor de gezinnen van de militairen. Na mijn dienst wilde ik toch huisarts worden. Je moet je dan inschrijven in het beroepsorgaan en het medisch tuchtcollege, omdat je je moet houden aan tuchtregels, zoals het beroepsgeheim.”
Drukke praktijk
“Het huis waar we gingen wonen op het Heuvelplein, was tijdens de oorlog gedeeltelijk weggebombardeerd. Dat hebben we in 1952 opgebouwd, met een appartement voor mijn ouders boven. Ik bevestigde een plaat tegen de gevel: Wim Schrooyen, geneesheer, en de praktijk startte in 1967. Essen telde toen zo’n 10.600 inwoners, er waren zes of zeven huisartsen en na acht jaar was ik de nieuwste. Ik had meteen een drukke praktijk en had een wachtkamer voor vijfentwintig personen. Mijn vrouw beantwoordde dagelijks zo’n veertig tot vijftig telefoons en we hadden vier kinderen. Als huisarts doe je alles: bevallingen, ongelukken, wonden hechten, … Er kwamen ook patiënten als je afwezig was, die mochten dan op de zetel wachten.”
Diverse activiteiten
“Ik ben altijd heel graag huisarts geweest, ook het nachtelijke werk. Want zeker twee nachten in de week werd je uit bed gebeld. Zelfs nu, ik ben nu 22 jaar met pensioen, ben ik toch blij dat ik ’s nachts niet meer gebeld kan worden. Ik was voorzitter van de Heemkundige Kring en het Karrenmuseum, waar ik na mijn pensioen veel meer tijd voor had. Ik was de initiatiefnemer voor WCZ De Bijster en heb dat samen met een paar mensen opgericht. De kliniek werd in 1974 gesloten en omgebouwd en daar werd De Bijster gevestigd.”
Meer tijd voor de familie
“Daarnaast ben ik tuchtrechter geweest bij het tuchtcollege, gouverneur bij de Lions, een soort Rotary, en zelfs stichter van carnavalsvereniging Ossekoppen, samen met Henri Naulaerts, Armand Quick en Jos Kusters in 1964. Activiteiten genoeg dus. Maar acht jaar geleden ben ik met alles gestopt en heb veel meer tijd voor de familie, waar ik graag veel tijd aan besteed.”
Trots op mijn beroep
“Ik ben trots dat ik mensen op stevige, wetenschappelijke basis heb kunnen helpen bij ziekte en alle fases van het leven. ‘Evident based medical’: dat je dingen overbrengt, die wetenschappelijk onderbouwd zijn.
Pittig maar leuk
“Eerst wilde ik sportleraar worden”, zegt Jeroen. “Mensen laten bewegen trok me erg aan, maar dat was het toch niet voor me. Ik zat in Stabroek op school en ging naar PITO, waar ik industriële wetenschappen deed. Sportleraar vond ik uiteindelijk te eenzijdig: een combinatie van sport en therapeutische benadering sprak mij meer aan. Ik volgde toen nog een opleiding van drie jaar in Antwerpen en ben in 1999 afgestudeerd als kinesist. Als voorbeeld had ik het beroep van mijn vader en die microbe had mij ook te pakken: het helpen van mensen en de sociale contacten. “Het was een pittige maar toffe opleiding”.
Verhuisd naar de Dreef
“Via een patiënt van mijn vader ben ik in een praktijk in Roosendaal gaan werken. Daar heb ik anderhalf jaar gewerkt en daarna in Brasschaat. In 2001 ben ik op het Heuvelplein gestart in de voormalige praktijkruimte van mijn vader. In 2003 ben ik verhuisd naar de Dreef 9, omdat mijn vrouw en ik daar een woning hadden gekocht met praktijkruimte. Vrij snel kwam er een collega bij en ondertussen bestaat de praktijk uit negen therapeuten.”
Eerste groepspraktijk
“De praktijk breidde zich gestaag uit en om de kwaliteit te garanderen, kwamen er dus kinesisten bij, wij waren een van de eerste moderne groepspraktijken. Vroeger was het fysiek zwaarder werk dan nu, nu is er vooral meer kennis nodig. Het vak is ook veel meer gespecialiseerder geworden waardoor het ook vervrouwelijkt is geworden. Rond de corona crisis moest er meer afstand worden gehouden, waardoor het uitbreiden van de praktijk naar het Heuvelplein een oplossing bood. Op het Heuvelplein waar het allemaal begon in 1967…Na corona zijn we daar blijven werken, voor voornamelijk rustige therapieën.”
Heel hecht team
“Ik vind veel voldoening in mijn job en we hebben een heel hecht team opgebouwd. Het leren, samenwerken en overleggen met elkaar, dat is de kers op de taart. Je staat dan sterker en nog professioneler. Het vereist constante bijscholing, investeren en het durven afgeven van werk aan een collega die meer gespecialiseerde kennis heeft. Ik ben enorm dankbaar dat ik met zo’n geweldige groep mensen mag samenwerken.”
Trots op mijn beroep
“Ik ben trots dat ik mensen kan helpen, 1 op 1 behandelen en benaderen, dat is uniek. Dat je mensen op een eerlijke en respectvolle manier kunt helpen bij hun genezing.”
NN
Noordernieuws.be Nieuwsmagazine van de Noorderkempen
