Laatste nieuws:
spiegel-van-de-ziel, deel twee

Spiegel van de ziel, deel twee van ons vervolgverhaal

Op een dag liep Lisa naar de telefoon. Ze wilde even haar vriendin bellen om lekker even te kletsen. Toen ze de spiegel passeerde zag ze de vrouw staan. Ze leunde tegen de tafel en zag er angstig uit. Haar man kwam binnen en zag er kwaad uit. Hij liep op haar toe en begon te schreeuwen. Lisa zag aan zijn gelaatstrekken, dat dit niet gewoon praten was. De vrouw deinsde terug, leunde met haar rechterhand op tafel, haar linkerarm opgeheven als om een klap af te weren. De man pakte die arm met zijn linkerhand en sloeg haar met zijn rechterhand hard in haar gezicht. De vrouw viel. Toen ze op de grond lag, schopte hij haar. Lisa liet de hoorn vallen en rende naar de spiegel. Maar het beeld was alweer weg.
Lisa vloekte heel hard. Die vent sloeg zijn zwangere vrouw!!! En zij was duidelijk doodsbang voor hem, het was dus niet de eerste keer dat dit gebeurde. Lisa voelde zich machteloos,.dit was werkelijk afschuwelijk en er was niets wat ze kon doen.

Weken was er niets in de spiegel te zien. Plotseling stond de vrouw er weer, ze keek uit het raam. Lisa zag haar profiel, de platte buik viel meteen op. Een miskraam dus. Ongetwijfeld veroorzaakt door die vent. De vrouw had een zakdoek in haar hand en huilde. Lisa balde haar vuisten en wilde de spiegel wel kapotslaan. Die vuile rotschoft, want dat het zijn schuld was, was voor haar overduidelijk. Vaker zag ze de vrouw huilen. Van haar jeugdige schoonheid was niet veel over, ze zag er afgetobd, bleek en moe uit. Eén keer stond ze er al toen Lisa de kamer binnenkwam. Ze was in de spiegel haar blauwe oog aan het bekijken. Lisa sloot haar ogen en liep weg; dit kon ze niet aanzien. Frequenter werden de mishandelingen, en Lisa zag ze allemaal. Ze voelde zich afschuwelijk, sliep ‘s nachts slecht en at haast niet meer. Ze kon haar ogen niet meer afwenden van de spiegel, al was daar doorgaans alleen haar eigen interieur in te zien.

Op een dag stond het raam in de kamer in de spiegel open. De vrouw wilde net de kamer uitgaan toen de man binnenkwam. De vitrage woei zachtjes heen en weer, het was een mooie zomerdag, net als bij Lisa. De man greep de vrouw in haar haar en schudde hardhandig haar hoofd heen en weer. Met zijn andere hand sloeg hij haar in het gezicht. Hij liet haar los en zij wankelde achteruit, verder en verder naar het open raam. De man liep op haar af en greep naar haar keel. De vrouw trok met een ruk haar hoofd naar achteren, struikelde en viel door het grote raam naar buiten. Lisa viel op haar knieën, handen voor haar gezicht. Hij had haar vermoord! En voor de politie zou het een ongeluk zijn. Ze keek op, op de plaats van de eettafel stond een kist op een baar. Haar doodskist. Overal stonden bloemen. De man stond bij het hoofdeinde; allerlei huilende mensen kwamen binnen en gaven hem een hand. En de man? Die huilde en streelde constant het hout van de kist. Hij zag er gebroken uit. Lisa werd witheet en kon het niet meer aanzien. Ze stampvoette naar de slaapkamer, haalde een groot laken en hing het over het glas.

Zo gingen weken voorbij. Lisa vertikte het om het laken weg te halen en was tamelijk uithuizig. De geschiedenis zat haar ongelooflijk dwars. Ze voelde zich zo hopeloos en kwaad en wist met zichzelf geen raad.

Op een avond ging ze naar het theater. Naast haar was de plaats nog leeg. Het was al donker toen een man naast haar ging zitten. Hinderlijk was dat toch, mensen die te laat kwamen. Het licht ging in de pauze aan en voor het eerst zag ze de man naast zich. Haar hart leek een paar slagen over te slaan. Naast haar zat de man uit de spiegel. Een stuk ouder, maar het was hem, overduidelijk. De man voelde haar starende blik en sprak: “Wilt u er misschien langs?” Lisa wist dat ze moest antwoorden, maar haar tong lag als lam in haar mond. “Gaat het wel, mevrouw?”Met de uiterste krachtinspanning wist Lisa uit te brengen dat alles o.k. was, maar dat hij haar sterk aan iemand deed denken. “Ik ken u anders niet. Dat zou ook niet kunnen, ik woon hier namelijk nog niet zo lang.” “Typisch, ik woon hier ook nog maar een paar maanden.”
Een innerlijke drang dwong haar het gesprek gaande te houden. Ze wilde meer over dit monster te weten te komen. Ze dronken samen koffie in de foyer en na de voorstelling dronken ze nog een wijntje in het café die bij het theater hoorde. Het was niet moeilijk om een afspraak voor een paar dagen later te maken. Bij deze afspraak hoorde ze dat hij weduwnaar was. “Al lang?” Ja, dat was al heel wat jaartjes. Zijn vrouw was bij het ramen zemen uit het raam gevallen. Maar hij kon haar niet vergeten en was nooit meer aan een andere vrouw begonnen. “Maar”, hij pakte Lisa’s hand, “ik ben daar nu niet meer zo zeker van.” Lisa huiverde, had moeite niet haar hand weg te rukken.

Later thuis zat ze met zichzelf in de knoop. Wat moest ze nu? Ze kon niets bewijzen, hem nergens van beschuldigen: Je bent een moordenaar, ik heb het in de spiegel gezien. Ze zouden haar voor gek verklaren. Peinzend stond ze voor de spiegel, zachtjes streelde ze het hout. “Kon ik maar iets doen. Hoe kan ik hem straffen? Hij heeft jou de dood ingedreven, en de schoft is nog vrijuit gegaan ook.” Het was alsof het oppervlak rimpelde, zoals water waar je een steen ingooit. Lisa wreef over haar ogen en ging naar bed.Toen ze de volgende ochtend opstond had ze een vastomlijnd plan voor ogen: ze zou hem uitnodigen en kijken hoe hij op de spiegel reageerde. ‘s Avonds belde ze hem op, tijdens het gesprek bracht ze het gesprek op haar interieur en beschreef de spiegel. Het bleef even stil aan de andere kant.
“Merkwaardig. Zo’n spiegel heb ik vroeger ook gehad… althans, mijn vrouw.” “’O ja? Het zal toch niet dezelfde zijn? Dat zou wel heel erg toevallig wezen.” Maar al te graag liet hij zich uitnodigen om te komen kijken. Na het gesprek liep Lisa naar de spiegel toe, “Hij komt hier naar toe.” Het spiegeloppervlak rimpelde nu duidelijk en het was of er rook overheen geblazen werd. De volgende avond stond de man voor de deur, gewapend met een grote bos bloemen en een fles wijn. Grimmig liet Lisa hem binnen. Je stelt je er nogal wat van voor, rotzak, dacht ze. Ze nam zijn jas aan, zette de bloemen in het water en liep met hem mee naar binnen. “Wat een ruime, mooie kamer. Hier woont duidelijk iemand met smaak.” Hij liep verder naar binnen en zag de spiegel. Het leek alsof hij terugdeinsde bij de aanblik. “Dit is inderdaad dezelfde spiegel. Hoe is het mogelijk…”
Hij voelde zich duidelijk niet op zijn gemak en bleef op een afstand staan kijken. Hij koos een stoel die het verst verwijderd stond van de spiegel. Lisa schonk koffie in en vroeg: “Vertel eens wat van je vrouw. Hield je veel van haar?” “Ik aanbad haar. Haar dood was het ergste wat me kon overkomen.”
Het leek Lisa of ze achter zich een zucht hoorde. “Een jaar na ons huwelijk had ze een miskraam. En een jaar daarna was ze dood. Soms vraag ik me af of het zelfmoord was.” Lisa voelde een ijzige kou langs haar lichaam strijken, als een spanningsveld van haat. “Wil je de spiegel niet van dichterbij bekijken? Dat je zeker weet dat het die van jullie is?” Met tegenzin stond hij op en liep er naar toe.
“Ja, dit is hem. Zie je die weerplekjes in de hoek? Die zaten er al toen wij hem hadden. Wel wat kleiner, maar toch…” Hij liet zijn hand over de lijst glijden. Het leek of er een huivering door de kamer ging. “Ik mis mijn vrouw nog iedere dag, ze was mijn engel.” Lisa, die aan het andere eind van de kamer stond, zag hoe het loodzware voorwerp los kwam van de muur en langzaam voorover stortte. De man verpletterend en doorborend met enorme splinters. Een straal bloed liep onder de spiegel vandaan, meteen week de ijzige kou uit de kamer.

Lisa liep op de ravage af, pakte een grote spiegelsplinter en keek erin. Ze zag twee grote donkere ogen die haar dankbaar aankeken en de lieve mond die zich tuitte als om een kus te geven. Lisa kuste de mond in de spiegel en legde de scherf in een la.
Een ziel vol haat had rust en vrede gevonden…

Binnenkort weer een nieuw vervolgverhaal van Lieve Wiesda

Facebook3
Facebook
Twitter
Visit Us