Paardenwisselaar - erfgoed - een oud beroep

Oude en vergeten beroepen van vroeger: paardenwisselaar

Voordat de auto en de tractor in de 20e eeuw het paard vervingen, kon een knappe koopman goud geld verdienen met paardenhandel. Als een paardenhandelaar op het platteland de naam had niet eerlijk te zijn, werd hij een ‘paardenwisselaar’ genoemd. Zo iemand ruilde en verkocht paarden, en meestal kreeg hij meer dan de dieren waard waren.

Geniepige kooplui verfden paarden

In 1822 beschreef paardenhandelaar Abraham Mortgens uit Dessau zijn geniepige methoden in het boek Die geheimen Künste der Rosstäuscher. Volgens Mortgens verfden wisselaars de manen en vacht van een oud paard om het er jonger uit te laten zien.

Een oude knol kon zelfs opgepept worden met een handje peper in de endeldarm, zo onthulde de oplichter: ‘Peper is de ware aard van de paardenhandel.’

De jaarmarkt ontwaakt

Stel je een frisse ochtend voor, nevel boven de weiden en de klingelende halsters die al van ver verraden waar het om draait. Op de jaarmarkt staan kramen met borstels, zadels en leren riemen, een hoefsmid blaast zijn vuur op, en daar, tussen al dat geritsel van stro, loopt hij: de paardenwisselaar. Hoed iets te scheef, jas met diepe zakken, een glimlach die tegelijk geruststelt en uitdaagt. Hij kent de namen van de boeren, de bijnamen van de dieren en het verhaal dat een koper precies wil horen.

Trucs en toneel van de paardenwisselaar

Een paardenwisselaar verkocht geen paard; hij verkocht een voorstelling. Met een paar snelle halen over de vacht laat hij een doffe rug glanzen. Een los hoefijzer praat hij weg als ‘zo weer vast’ en een nerveus staartzwiepje verandert hij in ‘levenslust’. Hij laat de koper net dat ene rondje zien op de kasseien waar het dier het best stapt en precies zo lang dat kleine mankheidjes nog even zwijgen. Waar een eerlijke handelaar de minpunten benoemt, verplaatst de wisselaar het licht. Toneel, meer is het niet, maar o, wat werkt toneel wanneer er kooplust in de lucht hangt.

Kennis van mens én dier

Toch is hij niet alleen maar gluiperig. Wie paarden ruilt, moet ze lezen: adem, oren, ogen, hoe ze kijken naar de wereld. En ook mensen leest hij. Een boer met een natte hoed heeft haast, die zal sneller tekenen. Een karreman met eelt in de handpalm zoekt trekkracht, geen sier. De wisselaar stelt vragen die meer zeggen dan de antwoorden: “Waarheen rijdt u meestal? Hoe zwaar is de kar?” Hij knikt bedachtzaam, tikt op de schoft en zwijgt net lang genoeg om zijn woorden gewicht te geven.

Het moment van de wissel

De deal komt nooit met trompetgeschal. Er is een blik, een knikken, het touw verandert van hand. In de palm wisselen muntjes van kleur, ergens op de achtergrond hinnikt een ander paard. De koper ontvangt een belofte in een halster: “Hij pakt de dijk als een jonge god.” De verkoper loopt weg in een wolkje stof, al bezig met het volgende verhaal. En mocht het nieuwe paard later toch trager blijken dan beloofd, dan kun je altijd zeggen dat de wind die dag verkeerd stond.

Tussen charme en schroom

In herbergen aan de trekweg gaat het nog lang door, bij kruiken bier en verhalen die telkens mooier worden. Sommigen haten de paardenwisselaar, anderen bewonderen zijn lef. Want ja, hij streek de waarheid graag glad, maar hij hield ook de raderen draaiend van een wereld die bewoog op hoeven en wilskracht. Zonder een beetje branie kwam niemand de winter door.

Wanneer de motor overnam

Toen motoren bromden waar voorheen hoeven klakten, schoof het vak naar de rand van het dorp. De wisselaar werd verhalenverteller, herinnering aan marktdagen met stro in je schoenen en een tikje peper in de staart van de waarheid. En als er nu nog ergens een oude foto opduikt, zie je hem staan: hoed scheef, ogen scherp, klaar om met niets dan woorden gewicht in een halster te leggen.

Paul Witters

19 interacties