Laatste nieuws:
Oorijzermaker - een oud en vergeten beroep

Oude en vergeten beroepen van vroeger: oorijzermaker

Een oorijzermaker maakte oorijzers. Het oorijzer is een onderdeel van de klederdracht voor vrouwen. Het vormde oorspronkelijk een onderdeel van de burgerdracht, dat in de streekdrachten is overgenomen.

Van eenvoudig hulpmiddel tot pronkstuk

Aanvankelijk was het oorijzer een metalen beugel om de mutsen op hun plaats te houden. Het werd over een ondermuts gedragen en een luxueuze bovenmuts werd er op vastgezet. In de loop der tijd groeide het oorijzer uit tot een pronkstuk. Aan de voorzijde van de oorijzers staken versierde gouden plaatjes of krullen uit. Mutsspelden werden gebruikt om de kap aan het oorijzer te bevestigen.

In veel streken groeide het oorijzer uit tot hét sieraad waarin een gezin zijn welstand toonde. Eenvoudige gezinnen droegen een smalle band van koper of ijzer, terwijl rijke boerenvrouwen pronkten met brede gouden oorijzers met fijn uitgewerkte krullen. Rond hoogtijdagen en bruiloften werd het metaal zorgvuldig gepoetst, zodat het extra schitterde onder de kanten muts.

Vrouw met oorijzer versiering - gemaakt door de oorijzermaker

Ook binnen één dorp bestonden herkenbare varianten. De vorm van de krullen, het motief in de gouden plaatjes of de stand van de mutsspelden kon verraden uit welke familie of buurtschap iemand kwam. Voor de oorijzermaker was het daarom belangrijk de plaatselijke tradities goed te kennen, zodat hij precies wist welke modellen en versieringen zijn klanten verwachtten.

Uiteenlopende vormen in de streekdrachten

Pas in de 19de eeuw ontstonden in de Nederlanden uiteenlopende vormen van het oorijzer als een specifiek onderdeel van de Nederlandse streekdrachten. Nadat in de Franse tijd de tot dan toe zelfstandige gewesten van de Republiek der Verenigde Nederlanden onder één bewind kwamen, ontstond in de regio’s de behoefte om de eigen identiteit te behouden. De welvaart was groot, waardoor het oorijzer steeds groter werd. Bovendien wordt de grote Duitse muts vervangen door een mantelmuts of sluiermuts, waaronder het oorijzer beter te zien was.

Ambachtelijk vakmanschap van de oorijzermaker

Het werk van de oorijzermaker vroeg om nauwkeurigheid. Hij mat het hoofd van de draagster op, boog en hamerde de beugel tot die stevig zat maar nergens drukte en werkte de uiteinden glad af. Daarna werd het oorijzer gepolijst en, als de klant dat kon betalen, voorzien van sierlijke krullen of gouden plaatjes. Een goed oorijzer ging vaak decennia mee en werd geregeld van moeder op dochter doorgegeven.

In de 20ste eeuw, toen vrouwen steeds vaker moderne hoeden of hun haar los gingen dragen, verdween de streekdracht langzaam uit beeld. Daarmee kromp ook de vraag naar oorijzers en raakte het beroep van oorijzermaker in onbruik. Tegenwoordig zien we hun werk vooral nog in musea, op oude foto’s en bij folkloristische optochten.

Paul Witters

34 interacties