Laatste nieuws:
Lokaal bestuur geeft negatief advies over stikstofplan

Lokaal bestuur geeft negatief advies over stikstofplan

Het schepencollege heeft een negatief advies gegeven over de plannen van de Vlaamse overheid om de uitstoot van stikstof te beheren en waar mogelijk te beperken. De Vlaamse overheid heeft hiervoor een programmatorische aanpak stikstof (PAS) uitgewerkt, dat sinds 19 april in openbaar onderzoek lag en waarvoor tot 1 augustus advies kon worden ingediend bij het Departement Omgeving. Tijdens het openbaar onderzoek werden er de gemeente Wuustwezel 581 bezwaarschriften ingediend. Hieruit blijkt dat er geen draagvlak is bij de landbouwsector voor de maatregelen en de compensaties die in het ontwerp-PAS worden opgelegd en voorgesteld.

Het college vindt het belangrijk dat er inspanningen worden gedaan om de stikstofdepositie op de natuur te verlagen. Er zijn inderdaad bijkomende inspanningen nodig om te kunnen voldoen aan de Europese Habitatrichtlijn. Hoe langer er gewacht wordt, hoe groter het probleem zal worden. Dit zou kunnen leiden tot een totale vergunningenstop, wat ze willen vermijden. Tegelijk heeft het college enkele bedenkingen over hoe de Vlaamse overheid deze doelstelling met dit ontwerp-PAS wil bereiken. Het is belangrijk dat er in een agrarische gemeente als Wuustwezel nog ruimte blijft voor landbouw. De uitstoot van ammoniak kan via innovatieve technieken worden beperkt.

Impact op natuurdoelstellingen niet onderzocht

Daarnaast moeten de opgelegde maatregelen effectief en nuttig zijn om de Europese natuurdoelstellingen te bereiken. Deze maatregelen vragen namelijk grote investeringen van de landbouwers. Bovendien wordt in het voorliggend PAS en plan-MER de impact hiervan op de landbouwsector niet onderzocht. Dit is onaanvaardbaar. Zo wordt in het ontwerp-PAS gekeken naar de kritische depositiewaarde (KDW). Het college vindt dat er vooraf onderzocht moet worden of het gebruik van een KDW zal leiden tot de instandhouding van de habitatrichtlijngebieden. Het gebruik van de KDW in het PAS zorgt namelijk voor erg hoge reductiedoelstellingen in de landbouwsector. Het is niet duidelijk hoe de habitattypes gekozen worden. Mogelijk kan er evengoed gekozen worden voor habitattypes met een hogere KDW.

Realistische deadlines

Verder moeten er haalbare en realistische deadlines komen voor de opgelegde maatregelen. Een doelstelling in 2026 voor de rundveebedrijven is bijvoorbeeld te kort dag. Ook wordt er voor de landbouwsector een uitgebreid voorstel gevraagd aan innovatieve oplossingen en maatregelen om aan de opgelegde reductiedoelstellingen tegemoet te kunnen komen. Het college vindt ook dat dit PAS één bepaalde sector benadeelt. Voor ammoniakreducties kan er ook naar de andere relevante sectoren zoals industrie en transport gekeken worden. Er mag ook geen sprake zijn van oneerlijke concurrentie met de buurlanden. Er moet ook meer aandacht zijn voor het buitenlandse aandeel aan ammoniakdepositie in Vlaanderen. Aan de Vlaamse landbouwers mag niet gevraagd worden om ook deze impact te compenseren. Verder is het belangrijk dat alle landbouwers een duidelijk beeld krijgen op de toekomst van hun activiteiten op de lange termijn. Dit ontbreekt momenteel. Het plan kijkt slechts tot en met 2030. De landbouwers zouden in die tijdsspanne erg grote investeringen moeten doen, zonder een zekerheid te hebben op de lange termijn. Dit wordt onbegrijpelijk gevonden. Het college vindt ook dat de landbouwsector meer mogelijkheden moet krijgen om te innoveren en te investeren. Voor sommige landbouwsectoren zouden er slechts enkele goedgekeurde reductiemaatregelen voorhanden zijn. Dit maakt het voor hen onhaalbaar om tegemoet te komen aan de opgelegde reducties.

Bijkomende steunmaatregelen

Verder dient er maximaal te worden ingezet op haalbare maatregelen, begeleiding en bijkomende en correcte steunmaatregelen voor de landbouwers. De landbouwsector en de hele bijbehorende agrovoedingsketen zijn economisch en strategisch een heel belangrijke sector. De reeds beperkte instroom van jonge landbouwers en de druk op de rendabiliteit zal door dit akkoord enkel nog toenemen. Door het ontbreken van een socio-economische impactanalyse, heeft men totaal geen idee welke schade er zal worden toegebracht. Ook de impact van dit akkoord op de lokale voedselvoorziening is niet te onderschatten. Zeker in deze tijden van onzekerheid, natuurrampen, oorlog en rampspoed, moet lokale voedselvoorziening als prioriteit beschouwd worden! De landbouw in Wuustwezel staat bovendien reeds onder grote druk door allerlei andere gebiedsgerichte trajecten: de eco-hydrologische studie van de Maatjes, de verbinding tussen het Groot en Klein Schietveld, de plannen om van het Grenspark een Nationaal Park te maken, de leidingstraat,…

Verder heeft het college nog volgende opmerkingen:

-Er is geen communicatie naar de gemeente over de piekbelasters en de oranje bedrijven. Hier wordt duidelijke communicatie over gevraagd. Ook is er nood aan een contactpunt waar gemeenten terecht kunnen bij vragen.
-Er is nood aan extra begeleiding van piekbelasters, die nu voor de eerste keer als piekbelaster beschouwd worden.
-Ook wordt met grote zekerheid verwacht dat er binnenkort veel landbouwers in de gemeente met pensioen zullen gaan en dat hun activiteit meestal niet wordt voortgezet. Er wordt dan ook verwacht dat deze tendens zich zal voordoen in vele andere landbouwgemeenten. Het is belangrijk dat hiermee reeds rekening wordt gehouden in de berekeningsmodellen. Dit zou extra marge creëren in de noodzakelijke emissiereducties.
-Bovendien merkt het college op dat er inspanningen worden verwacht van de gemeente op vlak van milieuhandhaving van klasse 2-bedrijven door de gemeente: o.a. de controle op het respecteren van de emissiegrenswaarden van klasse 2-veebedrijven met o.a. luchtemissiemetingen,…). Dit vraagt op erg korte termijn bijkomend personeel en opleiding en dat is geen evidente zaak.
-Ook vraagt men aan de gemeenten om op korte tijd een vergunningenregister op te maken en dit specifiek voor de emissies van ammoniak van alle veebedrijven. Dit vraagt eveneens veel tijd, opvolging en middelen. Dit is een opdracht, die grotendeels manueel moet gebeuren.

Bron: gemeente Wuustwezel
Foto: Pixabay

Facebook23
Twitter
Follow Me
Tweet