Tegenwoordig hoef je alleen op een knop te drukken en de lift staat binnen een paar tellen voor je neus. Vroeger was dat wel anders. Liften waren logge, soms zelfs een beetje angstaanjagende apparaten en zeker geen vanzelfsprekend onderdeel van een gebouw. Alleen grote warenhuizen, deftige hotels of imposante kantoorpanden hadden er één. En daar hoorde een onmisbare persoon bij: de liftbediende.
Liftbediende
Vroeger bewogen de liften niet met een simpele druk op de knop. In veel liften zat een grote metalen hefboom of een wiel waarmee de snelheid geregeld werd. De liftbediende kende precies het juiste moment om af te remmen, zodat de lift netjes op gelijk niveau met de verdieping stopte. Hij – soms ook zij – zorgde ervoor dat de deuren open en dicht gingen en dat je er op de juiste verdieping uit kon.
De liftbediende was vaak strak in het pak of droeg een uniform met pet. Hij groette iedere passagier netjes, nam jassen of tassen aan en vroeg vriendelijk: “Welke verdieping, alstublieft?” Daarna werd er vakkundig aan hendels en knoppen gedraaid. Voor veel bezoekers was het een klein uitje: even met de lift, even een praatje met de bediende.
Een beroep met allure
Liftbediende zijn, was meer dan alleen maar met de lift op en neer gaan. Je moest gevoel hebben voor mensen én voor timing. In drukke warenhuizen kwamen de liften voortdurend vol te zitten met klanten en personeel. De liftbediende hield de rust, zorgde dat niemand klem kwam te zitten tussen de zware hekwerken en hield tegelijk een oog op kinderen die het allemaal reuze spannend vonden. In grote warenhuizen deden liftbedienden vaak méér dan alleen mensen vervoeren. Zo gaat het verhaal van een bediende in een Antwerps modehuis die precies wist welke klanten snel zenuwachtig werden in een kleine ruimte. Hij stelde hen dan gerust door de lift expres nét iets trager te laten opstarten, zodat het leek alsof alles ‘extra veilig’ gebeurde.
Daarnaast kende de liftbediende het gebouw als geen ander. Hij wist precies waar de chique damesmode hing, op welke verdieping de speelgoedafdeling zat en waar het restaurant te vinden was. Veel bezoekers lieten zich door hem adviseren: “Mevrouw voor de hoedenafdeling moet u op drie zijn, voor de herenafdeling op vier.” Je zou hem de levende wegwijzer van het gebouw kunnen noemen.
Een grappige anekdote
Er gaat een verhaal rond over een oudere dame die iedere dag met de lift naar de derde verdieping ging, maar nooit ergens naar binnen leek te gaan. De liftbediende zag haar elke ochtend instappen, keurig glimlachend. “Derde verdieping, alstublieft.” Zodra de deuren opengingen, stapte ze uit, liep ze een paar passen de gang in, draaide zich om en nam vervolgens dezelfde lift weer terug naar beneden.
Na enkele dagen kon de nieuwsgierige liftbediende het niet meer laten. “Mevrouw, mag ik iets vragen? U gaat elke dag naar de derde verdieping, maar ik zie u nooit een winkel binnengaan. Wat doet u daar toch?” De dame lachte vriendelijk en zei: “Ach jongeman, ik woon al mijn hele leven op de begane grond. Met deze lift naar boven gaan is mijn dagelijkse uitstapje. Op de derde verdieping ruikt het altijd zo lekker naar koffie en parfum. Daar geniet ik gewoon even van.”
Voor de liftbediende was het een herinnering dat zijn werk niet alleen praktisch was, maar ook een beetje magie bracht in het leven van alledag. Het was een beroep waar handigheid, vriendelijkheid en een vleugje theater perfect samenkwamen. Met het verdwijnen van de liftbediende, verdwenen ook dit soort kleine, alledaagse ontmoetingen uit het beeld.
Paul Witters
Noordernieuws.be Nieuwsmagazine van de Noorderkempen

