Laatste nieuws:
Heidebeheer onder stikstofspanning

Heidebeheer onder stikstofspanning

Onze heidegebieden behoren tot het Natura 2000-netwerk en herbergen een schat aan biodiversiteit. Om die in topconditie te houden voor behoud of uitbreiding wordt een intensief beheer uitgevoerd door verschillende beheerteams in Vlaanderen. Daarnaast zijn er de afgelopen 20 jaar al meerdere Europese LIFE-projecten uitgevoerd om het heidelandschap te herstellen. Maar het heidebeheer staat onder spanning.

Heidegebieden zijn gevoelig voor vermesting, verzuring en verdroging. Droge heidegebieden zijn doorgaans ontstaan op mineraalarme bodems, maar veel van onze beheerde heidegebieden worden verrijkt met stikstof. De atmosferische stikstofdepositie (NOx, NH4+) is tegenwoordig ruim boven de schadedrempel. Die stikstofdepositie zorgt ervoor dat de heidebiotopen vermesten en verzuren.

Wat doet stikstof in de heidehabitats?

De hoeveelheid stikstof in de grond neemt toe, waardoor de heide vergrast: sommige planten op de heide maken goed gebruik van grote hoeveelheden stikstof en gaan hierdoor domineren(vooral de grassen pijpenstrootje en bochtige smele). Die komen van nature ook wel in heidegebieden voor, maar worden pas bij teveel stikstof dominant waardoor andere unieke soorten die perfect aangepast zijn aan voedselarme omstandigheden, in de verdrukking komen. Denk aan de typische dophei en struikheide, of nog zeldzamere soorten als stekelbrem en blaasjeskruid… De overmaat aan stikstof zorgt ook voor meer berkenopslag waardoor het heidelandschap sneller verbost. En zo verdwijnen er ook unieke plekjes met open zand die onontbeerlijk zijn voor het overleven van zeldzame soorten als zandbijen en een knoflookpad. Ongewenste invasieve exotische planten zoals grijs kronkelsteeltje en amerikaanse vogelkers krijgen extra kansen om zich te ontwikkelen.

Stikstof zorgt ook voor de verzuring van de bodem waarbij mineralen zoals calcium en magnesium uitspoelen. Voor veel planten en dieren zijn dit essentiële elementen voor de groei en voortplanting. Bij verregaande verzuring komt er ook aluminium vrij wat giftig is voor veel planten. Dit is vooral zichtbaar bij soorten zoals liggende vleugeltjesbloem, kruipbrem en hondsviooltje die sterk achteruit gegaan zijn.

Chronische verzurende stikstofdepositie uit landbouw, industrie en verkeer is momenteel dé grootste bedreiging voor de heide en zijn kenmerkende fauna en flora. Typische heidesoorten als korhoen en tapuit zijn in Vlaanderen reeds verdwenen als broedvogel, en andere soorten zoals wulp en jeneverbes zijn bedreigd. Als er geen brongerichte maatregelen komen om de depositie significant te verminderen, gaan we richting een volledige verarming van het heidelandschap. Zolang dergelijke maatregelen er niet zijn, is het voor beheerders van heidelandschappen zaak om de huidige soorten d.m.v. intensiever natuurbeheer te behouden.

Intensiever beheer met valkuilen

Om de gevolgen van vermesting weg te werken en zoveel mogelijk stikstof terug uit het ecosysteem te halen, is een intensief beheer nodig. Frequenter en grootschaliger maaien, plaggen en intensiever begrazen, maar ook dat heeft zijn grenzen. Eén van de meest toegepaste en intensieve maatregelen om om te gaan met de hoge stikstofdepositie is plaggen.

Plaggen

Het verwijderen van de bovenlaag door plaggen is een veel gebruikte en ingrijpende methode. Met het afvoeren van de plaggen haal je echter niet alleen de overvloedige stikstof weg, maar ook andere mineralen zoals fosfor waardoor de verhouding tussen stikstof en fosfor in onbalans geraakt. De fosfaatvoorraad wordt in heidegebieden te laag waardoor soorten die laag in de voedselpiramide zitten, groeiproblemen krijgen. Dat er omzichtig met plaggen moet omgegaan worden, meldde Vakblad Natuur, Bos en Landschap al eerder, in 2012 in het artikel ‘Van heidegebruik naar -beheer’. Het herstel van de fosfaatvoorraad duurt lang. 25 jaar na plaggen is de hoeveelheid stikstof al weer op het oude niveau, terwijl de hoeveelheid fosfaat nauwelijks hersteld is. Een fosfaattoevoeging bij het plaggen zou een voorlopige oplossing kunnen bieden, maar dit is nog niet bewezen.

Intensiever maaien en begrazen

Heidelandschappen herbergen een belangrijk deel van de biodiversiteit in Vlaanderen en vormen de belangrijkste habitat voor reptielen. Voor het behoud van heidelandschappen wordt in het terreinbeheer vaak gebruik gemaakt van maaien en begrazing. Vooral voor de fauna worden geregeld ongewenste effecten van (intensieve) begrazing en maaien gemeld, ook met betrekking tot reptielen. Zo is voor de levendbarende hagedis de populatieontwikkeling in intensiever begraasde gebieden negatiever. Ook voor de gladde slang blijkt er een uitgesproken negatieve respons op intensiever begrazen. Intensiever begrazen en maaien brengt dus ook heel wat nadelige effecten met zich mee. In beide gevallen moet er selectief beheerd worden zodat er voldoende ruige delen over blijven voor structuurminnende soorten zoals onder meer reptielen en ongewervelden zoals vlinders en sprinkhanen.

Experimenteren

In de Nolse duinen (Kalmthoutse heide) heeft Natuurpunt een grootschalig experiment opgestart om de negatieve effecten van stikstofdepositie te milderen. Uit onderzoek blijkt dat de bodem hier sterk verzuurd is, waardoor kwetsbare planten en dieren zoals stekelbrem, kruipwilg en heivlinder met uitsterven bedreigd zijn. Er wordt momenteel onderzocht of door het aanbrengen van steenmeel, een bodemverbeteraar op basis van fijngemalen gesteente, en mergelkalk de biodiversiteit niet meer achteruit gaat. Dit onderzoek kadert binnen het project LIFE Helvex.

Gezamenlijk heideherstel

Met intensiever beheren en experimenteren alleen komen we er niet. Bovendien dient bij hogere stikstofgehaltes regelmatiger ingegrepen te worden wat het ook nog eens erg duur maakt. Het blijft dweilen met de kraan open. Door een teveel aan stikstof én effecten van klimaatverandering heeft de heide – en de typische heidesoorten die daar bij horen – het zwaar. Het is essentieel om het probleem aan de bron aan te pakken en te streven naar een verdere vermindering van de stikstofuitstoot in Vlaanderen tot beneden de schadedrempel.

Bron: Natuurpunt.be
Foto: Pixabay

Facebook14
Facebook
Twitter