Laatste nieuws:
Eindejaarsinterview met Dirk Weyler van GroenRand
Dirk Weyler ©Chris Blommaert

Eindejaarsinterview met Dirk Weyler van GroenRand

Stilaan naderen we het einde van het jaar, zijn jullie tevreden over de resultaten van 2022?

Dirk Weyler, coördinator GroenRand: “We blijven onze doelstelling nastreven. Ontsnippering en het watercomponent zijn voor ons twee prioritaire doelstellingen om van de Antitankgracht een volwaardige drager te maken van de klimaatgordel en het toekomstig nationaal Park. En dat zit in een goede evolutie. We verwachten volgend jaar meer financiële middelen om dit te verwezenlijken.”

Hoe moet dit aangepakt worden? Hoe kan de Antitankgracht een volwaardige drager worden?

“Het fysische systeem rond de Antitankgracht moet robuuster worden gemaakt voor droogteperiodes, zodat water tijdens natte periodes langer beschikbaar wordt gehouden tot in periodes van droogte. Dat is belangrijk voor het visbestand en dus ook voor het soortenbeschermingsprogramma van de otter. Otters jagen namelijk voornamelijk op gezonde vis en kleine ongewervelde dieren. Er worden momenteel duizenden kubieke meters vervuild slib verwijderd uit de Antitankgracht. De VMM heeft de afgelopen jaren in de ruime rand rond Antwerpen al verschillende zones van de Antitankgracht gesaneerd. Na de ruimingswerken kan je al spreken van voorzichtig ecologisch herstel. De waterkwaliteit zal verbeteren en er komen wellicht meer waterplanten en vissen in de gracht. Als het slib uit de Antitankgracht is, zal die ook meer regenwater kunnen laten doorstromen en heeft de gracht meer buffercapaciteit tijdens droogteperiodes. Maar er moet ook samengewerkt worden om tot een betere biodiversiteit te komen. Vlaamse Parken en klimaatgordels met een goede uitgebouwde groene en blauwe structuur kunnen sterk bijdragen tot die verhoogde biodiversiteit. GroenRand stimuleert daarom een gebiedsgerichte aanpak waarbij de landschapsbenadering – de zogenaamde landscape approach -aan de basis ligt. In deze benadering worden de belangen van de verschillende stakeholders in een landschap integraal bekeken en via dialoog op elkaar afgestemd. Het Regionaal landschap de Voorkempen speelt hierbij een belangrijke rol. Ze kunnen initiatieven en actoren samenbrengen om de landschappen en het erfgoedpatrimonium te beschermen, te beheren, te ontwikkelen en te bevorderen. Wij geven hen hiervoor inspiratie en draagvlak. Dit landschapsbeleid is essentieel voor klimaatbuffering, biodiversiteit, voedselproductie, erfgoed en recreatie.”

Jullie vinden een landschapsbenadering en een gebiedsgerichte aanpak belangrijk?

“Enkel een integrale aanpak zorgt voor een duurzame open ruimte met landschappen waar mensen zich mee verbonden kunnen voelen. Dankzij deze werking van onderuit gaan we voor draagvlak en kunnen we openruimtegebieden robuuster maken. Onze stelling is steeds geweest dat door een Nationaal park en een klimaatgordel getracht moet worden om een eenheid van beheer te bekomen zodat er gestreefd kan worden naar het creëren van territoriale verbindingen. In robuuste landschappen speelt de natuur en biodiversiteit dé belangrijkste rol in o.a. de soortenbescherming, ontsnippering, CO2–opslag en waterbuffering.’

Het soortenbeschermingsprogramma otter wordt binnenkort goedgekeurd, jullie zijn hier altijd voorstander van geweest. Waarom?

“De otter is op verschillende plekken langs de Antitankgracht waargenomen en ontpopt zich als dragende soort. Het programma zal aandacht schenken aan ontsnipperende maatregelen. Heel wat dieren sneuvelen in het verkeer. Daarom is het belangrijk om knelpunten in kaart te brengen om zo gepaste maatregelen te kunnen nemen. Ondertussen werd er een ontsnipperingsplan opgesteld. Kansen, knelpunten en mogelijke oplossingsrichtingen werden in kaart gebracht voor de verschillende (potentiële) soorten die gebruik maken van de Antitankgracht als verbinding. Ook andere diersoorten zullen meeliften en gebruik maken van het groenblauw netwerk.”

Jullie zetten elk jaar een zeldzaam dier in de kijker. In 2021 was dit de otter en in 2022 de boommarter? Hebben jullie nog plannen?

“In 2022 bracht GroenRand inderdaad de boommarter in het vizier. Onze vereniging wilde bekijken of er extra ontsnipperende maatregelen nodig zijn die bovenop de maatregelen kunnen komen op paraplusoort otter. Tijdens de jaarlijkse provinciale ANKONA-ontmoetingsdagen was er een thema-avond over monitoring van de boommarter. Om de boommarter beter in kaart brengen kreeg natuurpunt recent (september 2022) daarvoor 20.000 euro van de provincie. Met behulp van gps-toestellen gaat natuurpunt kijken hoe boommarters zich door het landschap verplaatsen. Zo kan gezien worden waar en hoe ze wegen oversteken en nesten bouwen. Eventueel kunnen er aanpassingen en aanvullingen worden aangebracht aan het werkschema van het soortenbeschermingsprogramma otter zodat er ingespeeld wordt aan de noden van de boommarter.
In 2023 wordt de bever onder de aandacht gebracht. In het kader van de hernieuwing van het soortenbeschermingsprogramma voor de Europese bever werd een risico- en preventiekaart opgemaakt. Dit ondersteuningsrapport was bedoeld voor 2021 – 2026, maar door de vertraging zal deze wellicht -samen met de otter -uitgevoerd worden in 2023 -2028.”

Eindejaarsinterview met Dirk Weyler van GroenRand2
© Ben Hellebaut
Lokaal ontstaat soms wrevel bij het succes van de bever, met name daar waar schade optreedt. Hoe gaan jullie hiermee om?

“De bever is een Europees beschermde soort en Vlaanderen is dus verplicht om op zijn grondgebied een gunstige staat van instandhouding te realiseren. Hoe je hiermee moet omgaan is een ander paar mouwen. Een tweede versie van het soortbeschermingsprogramma voor de bever in Vlaanderen staat, zoals eerder gezegd, op stapel. Omdat de populatie sterk toeneemt, wordt hierin zowel aandacht aan bescherming als aan conflictbeheersing gegeven. Daarvoor volstaat het niet om enkel de huidige toestand van bever in Vlaanderen te kennen. Kennis over de verwachte evoluties zijn even belangrijk, zowel in populatiegrootte als de geografische spreiding. Gezien de beveractiviteit de komende jaren wellicht zal toenemen, zal het mitigeren van draagvlakproblemen een blijvende uitdaging vormen. De schade die bevers veroorzaken is tweeledig: vooreerst is er de indirecte schade als gevolg van overstromingen. Aansluitend hierop is er de directe schade. Deze is meteen zichtbaar en bestaat enerzijds uit vraatschade aan gewassen en bomen en anderzijds aantastingen van dijken en oeververstevigingen door het graven van holen.De gangbare regeling omtrent schadecompensaties moet volgens GroenRand geherevalueerd worden. Zolang schadelijders zich niet gehoord voelen, zullen wrange gevoelens ten aanzien van de soort onvermijdelijk zijn. De herintrede van de bever is een van de meest succesvolle verhalen binnen het Vlaamse natuurbeleid. Zijn opmars en zijn reputatie zullen vragen om een bijzonder geïntegreerde aanpak, waarbij overheden, waterbeheerders, landbouwers en lokale betrokkenen een voortdurende evenwichtsoefening zullen moeten doormaken.”

Er is een ontwerpdecreet gestemd rond de Vlaamse parken, heeft dit consequenties voor het Grenspark?

“Van bij de start van het parkenplan waren er veel vragen uit de landbouwhoek. Om landbouwers meer juridische waarborgen te geven, is er een voorontwerp van decreet over de Vlaamse parken opgemaakt. GroenRand was hier vragende partij. Op 21 oktober 2022 heeft de Vlaamse Regering haar principiële goedkeuring gehecht aan het voorontwerp dit decreet. Dit voorontwerp moet evenwel nog voorgelegd worden aan de adviesraad voor milieu en natuur (Mina), de adviesraad voor ruimtelijke Ordening (SARA), de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en de Vereniging van Vlaamse Provincies (VVP). Er wordt een zogenaamd parkbureau aangeduid voor het management. Het parkbureau staat in voor het coördineren, afstemmen en initiëren van initiatieven De ontwerptekst bepaalt uitdrukkelijk dat de erkenning als Vlaams Park of de werking van het parkbureau op zich geen verplichtingen of beperkende maatregelen genereert bovenop de vigerende regelgeving.”

Maar er blijken toch moeilijkheden te zijn?

“De criteria in het ontwerpdecreet zijn minder streng dan bij de start van de oproep. Daar kan GroenRand het niet mee eens zijn. Om het draagvlak voor de Vlaamse Parken te verhogen werden de ambities verlaagd, dit ten nadele van de ruimtelijke kwantiteit, kwaliteit en samenhang. In het kader van de internationale standaarden voor dergelijke parken valt bijvoorbeeld het niet te verantwoorden dat een algemene uitzonderingsregel op het oppervlaktecriterium van 10.000 ha wordt voorzien en dat militaire domeinen niet moeten voldoen aan enige norm inzake beheerplannen. Het is niet correct dat de spelregels in de loop van het proces worden gewijzigd. Een aantal kandidaturen sneuvelden immers in het begin van de procedure over deze criteria die nu plots niet of minder meer zouden gelden. Dat klopt niet en is aanvechtbaar. Maar volgens GroenRand zouden initiatieven, die deze maatstaf niet halen , ook beloond en gestimuleerd moeten worden. Zij die het oppervlaktecriterium niet halen verdienen volgens ons, ook een financiële appreciatie. Naast Nationale en Landschapsparken stimuleert GroenRand daarom ‘Regionale Klimaatparken’. Wat we het derde parktype noemen. Dit voorstel vertrekt vanuit een aantal gemeenten die binnen de burgemeestersconvenanten hun natuurplannen samenleggen.”

Jullie vinden samenwerken ook essentieel?

“GroenRand tracht in het Antitankgrachtwerkingsgebied een substantiële bijdrage te leveren aan de bescherming, het behoud, de uitbreiding en het verbinden van natuur. Onze milieuvereniging wil de directe betrokkenheid van burgers, bedrijven en overheden stimuleren. GroenRand wenst samen te werken met andere verenigingen die in onze regio actief zijn rond natuur, landschap, leefmilieu en erfgoed. Via natuurbeleving trachten we draagvlak te creëren voor biodiversiteit, natuurbehoud, natuurontwikkeling en klimaatzorg. Wij ijveren voor het recht van iedereen om natuur dichtbij huis te beleven.’

De landbouwsector zijn hierbij voor jullie een belangrijke partner?

“Het natuurbeheer was lange tijd alleen gericht op maatregelen in de natuurgebieden zelf. In het sterk versnipperde Vlaanderen kan het beter verbinden van open ruimte gebieden en het verweven van een groenblauw netwerk doorheen het bebouwde weefsel bijdragen aan de bevordering van de biodiversiteit en de ecologische samenhang. Maar dan moeten landbouwers en natuurverenigingen beter samenwerken en naar elkaar luisteren. En dat lukt niet altijd. Helaas wordt natuurbeheer nog vaak gezien als iets bedreigend en als iets dat vooral geld kost. De win-wins worden uit het oog verloren. GroenRand pleit bijvoorbeeld voor meer heggen en houtkanten in het Vlaamse landschap. Zij reinigen de lucht en breken de wind, zodat stikstof en ammoniakwalmen zich minder snel verspreiden. Ook houden ze pesticidenwalmen tegen en neutraliseren die voor een deel. En bij overstromingen kunnen ze de waterstroom doorbreken. Een heg is ook een woon-, verstop en voedselplek voor een heleboel dieren en insecten. Een heg zal de natuurlijke bestrijders van plaagdieren aantrekken, en dat zal weer helpen bij het minderen met pesticiden. De laatste decennia werd een dramatische teloorgang van de bijenpopulaties gerapporteerd.
Zowel de honingbijen, hommels als wilde bijen vertonen een buitengewoon hoge sterfte. Het is de landbouwsector die het meeste afhankelijk is van bijen en hun diensten. Honingbijen en wilde bijen zijn een onmiskenbare schakel in het hele landbouwgebeuren, zeker inzake bestuiving voor de ontwikkeling van vruchten en gewassen spelen zij een cruciale rol. Kruidenrijke akkerranden en bloemstroken kunnen hiervoor met kruiden en bloemen langs een boerenperceel aangelegd worden. Dit alles bewijst dat natuur en landbouw hand in hand moeten gaan.”

Er zijn nog veel plannen en uitdagingen in het verschiet, maar toch stop je op 1 juni 2023 als coördinator?

“Als ik stop ben ik zeven jaar coördinator van GroenRand. Het getal zeven is voor mij een symbolisch geluksgetal. Want je komt het getal op allerlei plekken tegen. De regenboog heeft bijvoorbeeld zeven kleuren. De Oudheid kende zeven wereldwonderen, de Zeven Wijzen, de zeven wetenschappen, de zeven poorten van Thebe. Ook in de Bijbel en de christelijke traditie speelt het getal zeven een grote rol. Het symboliseert volheid. Ik hoop dat er tegen die tijd meer duidelijkheid is over het Nationaal park, het soortenbeschermingsprogramma otter en de klimaatgordel. Als dit waar zou zijn, dan kan ik met ‘met volheid’ eindigen als coördinator. Maar dat wil niet zeggen dat ik volledig zal stoppen met mijn engagement. Een stuurgroep – waar ik in blijf zetelen – zal mijn taak overnemen. Ik word een dagje ouder en het wordt tijd dat jonge mensen de zaak gaan overnemen.”

Foto’s: © Chris Blommaert, Ben Hellebaut

Facebook35
Twitter
Follow Me
Tweet