Laatste nieuws:
Algemene Beschouwing bij Meerjarenplan 2026 2031

Algemene Beschouwing bij Meerjarenplan 2026–2031

Eergisteren kregen we tijdens de gemeenteraad de toelichting van burgemeester Vandekeybus en schepen Jacobs over het meerjarenplan 2026–2031, dat gisteren voorlag ter goedkeuring. Het plan toont een bestuur met duidelijke ambities, maar tegelijk ook met grote financiële en inhoudelijke beperkingen. Hoewel er positieve elementen in het plan terug te vinden zijn, blijven wij als oppositie met fundamentele vragen en bedenkingen zitten over de gemaakte keuzes, de financiële kwetsbaarheid en de aansluiting bij de realiteit van onze inwoners.

1. Ambitie versus financiële weerbaarheid

Het bestuur benadrukt terecht dat het exploitatiesaldo positief blijft over de volledige planperiode. Dat is een belangrijk gegeven. Tegelijk zien we dat de financiële buffers bijzonder beperkt zijn, vooral in de eerste jaren van de legislatuur. In 2027 duikt de autofinancieringsmarge zelfs onder nul en zakt het beschikbaar budgettair resultaat tot een zorgwekkend laag niveau. Dat betekent dat er nauwelijks ruimte is om onverwachte kosten, economische schokken of nieuwe noden op te vangen. De zware concentratie van investeringen in 2026 en 2027 vergroot deze kwetsbaarheid nog. Het plan is ambitieus, maar financieel bijzonder strak gespannen.

2. Grote projecten bepalen het beleid

Een aanzienlijk deel van de beschikbare middelen gaat naar enkele grote infrastructuurprojecten, met het vrijetijdscentrum als meest uitgesproken voorbeeld. Meer dan 10 miljoen euro wordt hiervoor uitgetrokken in de eerste twee jaren van het meerjarenplan. Dit is een duidelijke beleidskeuze, maar ze heeft gevolgen. Door deze investeringsconcentratie blijven er weinig middelen over voor andere maatschappelijke noden. Projecten die nochtans breed leven bij de bevolking krijgen geen of slechts een zeer beperkte plaats in de planning.

3. De grote afwezige: perspectief op zwemwater

Een opvallend gemis in dit meerjarenplan is het ontbreken van een concreet zwembadproject. Nochtans werd dit tijdens de verkiezingscampagne expliciet naar voren geschoven als een belangrijke ambitie. In het plan vinden we geen enkel budget voor de bouw, geen fasering en geen timing. Enkel een haalbaarheidsstudie en dan nog pas in 2027. Dat betekent in de praktijk dat er deze legislatuur geen enkel realistisch vooruitzicht is op zwemwater in eigen gemeente. Dit is geen financiële noodzaak, maar een politieke keuze. Andere keuzes en faseringen waren perfect denkbaar geweest.

4. Lokale economie en winkelaanbod: te weinig realiteitszin

Het bestuur spreekt in het meerjarenplan over het ‘upgraden van het winkelaanbod’. Die ambitie klinkt goed, maar vertrekt volgens ons van een achterhaald winkelmodel. Het winkelen in een langgerekte kern, waar handelszaken verspreid liggen en parkeren steeds moeilijker wordt, sluit steeds minder aan bij hoe mensen vandaag winkelen. De maatschappelijke realiteit is er één van twee werkende ouders of werkende alleenstaanden die na het werk snel en efficiënt boodschappen willen doen, vaak gecombineerd met online aankopen. Deze mensen rijden niet eerst naar huis om daarna met de fiets naar de winkel te gaan om een beperkte hoeveelheid boodschappen mee te nemen. Initiatieven zoals met ‘Belgerinkel naar de winkel’zijn sympathiek, maar bereiken slechts een kleine groep en lossen de structurele problemen rond bereikbaarheid en parkeergelegenheid niet op. Wie het winkelaanbod echt wil versterken, moet vertrekken van hedendaagse consumptiegewoonten en niet van goedbedoelde, maar weinig doeltreffende symboliek.

5. Fiscale keuzes met sociale gevolgen

Ook de aangekondigde fiscale verschuiving roept vragen op. Het verlagen van de personenbelasting en het verhogen van de onroerende voorheffing werd voorgesteld als een verschuiving van belasting op personen naar belasting op vermogen. Die voorstelling is echter te eenvoudig. Eigenaars met meerdere panden verhuren deze doorgaans. Hoewel verhogingen bij woninghuur officieel niet mogen doorgerekend worden, weten we allemaal dat dit in de praktijk vaak via omwegen toch gebeurt. De verhoogde lasten komen zo terecht bij huurders, vaak net de financieel zwakkere groepen. Bij handelshuur mag de verhoging wel doorgerekend worden, wat leidt tot hogere kosten voor handelaars en uiteindelijk ook voor de consument. Deze maatregel dreigt dus een kettingreactie te veroorzaken, die gezinnen, huurders en klanten treft.

6. Organisatie, personeelsuitbreiding en financiële impact

Het meerjarenplan geeft aan dat het bestuur de personeelscapaciteit wil verhogen om de groeiende taken en ambities van de gemeente te kunnen blijven dragen. Op zich is het begrijpelijk dat bijkomend personeel nodig is om de dienstverlening te garanderen en projecten correct uit te voeren. Tegelijk heeft deze keuze onvermijdelijk structurele financiële gevolgen. Personeelskosten zijn recurrent en wegen jaar na jaar door op de exploitatiebegroting. In een context waarin de financiële marges al bijzonder beperkt zijn, zeker in de eerste jaren van de legislatuur, roept dit vragen op over de houdbaarheid op langere termijn. Wij missen een duidelijke onderbouwing van hoe deze personeelsuitbreiding zich verhoudt tot de kwetsbare autofinancieringsmarge en welke garanties er zijn, dat deze bijkomende kosten niet leiden tot nieuwe besparingen of belastingverhogingen in de toekomst. Efficiëntiewinsten en prioriteiten worden wel vermeld, maar blijven te vaag om de financiële impact van deze keuze echt te kunnen inschatten.

7. Conclusie

Dit meerjarenplan bevat onmiskenbaar ambities, maar mist evenwicht, financiële ademruimte en realiteitszin op een aantal cruciale domeinen.
De combinatie van:
• een kwetsbare financiële start van de legislatuur,
• zware investeringen in een beperkt aantal projecten,
• het uitblijven van perspectief op breed gedragen voorzieningen zoals zwemwater,
• en beleidskeuzes die onvoldoende aansluiten bij het dagelijkse leven van inwoners,
maakt dat dit plan voor ons onvoldoende overtuigt. Essen verdient een beleid dat niet alleen ambitieus is op papier, maar ook realistisch, sociaal rechtvaardig en geloofwaardig in uitvoering.

Negatieve stemverklaring bij het Meerjarenplan 2026–2031

Onze fractie zal dit meerjarenplan niet goedkeuren. Hoewel het plan een aantal ambities bevat en het exploitatiesaldo formeel positief blijft, stellen wij vast dat de financiële draagkracht van de gemeente in de eerste jaren van de legislatuur bijzonder kwetsbaar is. De negatieve autofinancieringsmarge in 2027 en het zeer beperkte beschikbare budgettaire resultaat tonen aan, dat er nauwelijks ruimte is voor onverwachte kosten of nieuwe noden. Daarnaast worden grote investeringen geconcentreerd in de eerste jaren van het plan, waardoor andere belangrijke maatschappelijke noden naar de achtergrond verdwijnen. Breed gedragen voorzieningen krijgen geen concreet perspectief, terwijl wel fors wordt ingezet op een beperkt aantal grote projecten. Het meerjarenplan kondigt bovendien een uitbreiding van de personeelscapaciteit aan. Begrijpelijk vanuit organisatorisch oogpunt, maar deze keuze heeft structurele en blijvende financiële gevolgen. In een context van krappe marges en stijgende kosten ontbreekt een duidelijke onderbouwing van hoe deze personeelsuitbreiding duurzaam kan worden gefinancierd zonder bijkomende belastingdruk of toekomstige besparingen. Ook op inhoudelijk vlak zien wij een gebrek aan realiteitszin. De visie op lokale handel sluit onvoldoende aan bij hedendaagse consumptiegewoonten, en de aangekondigde fiscale verschuivingen dreigen uiteindelijk vooral gezinnen, huurders en consumenten te treffen.
Tot slot stellen wij vast dat een aantal belangrijke beloftes en maatschappelijke noden geen vertaling krijgen in concrete beleidskeuzes binnen deze legislatuur. Dat ondergraaft het vertrouwen in dit meerjarenplan als evenwichtig en toekomstgericht kader. Om al deze redenen kan onze fractie dit meerjarenplan niet steunen en zullen wij tegen stemmen.

Marc Scheepers
Fractievoorzitter Vlaams Belang

7 interacties